In deze interviewreeks spreken we met mensen die vanuit verschillende rollen bijdragen aan de missie van het Leiden Healthy Society Center: Leiden één van de gezondste steden van Nederland maken. Deze keer: Anke Klein, universitair hoofddocent aan de Faculteit Sociale Wetenschappen (FSW) van Universiteit Leiden, hoofd van het Kenniscentrum Angst en Stress bij jeugd (KAS) en facultair trekker van het LHSC namens FSW. Haar visie? “Waar mensen en kennis samenkomen, ontstaat ruimte voor echte verandering.”
Verbinder, inspirator en facilitator
“Bijna iedereen die in het domein van gezondheid en welzijn werkt, doet dat met een bepaalde drive. Wanneer mensen met die drive elkaar ontmoeten, ontstaat synergie. Die gezamenlijke energie verbindt en maakt dat je samen kunt bouwen aan een groter doel,” begint Klein. Die motivatie ontstond bij haar al op jonge leeftijd. “Als kind zag ik hoe sommige leerlingen niet mee konden doen door angst, somberheid of hun thuissituatie. Dat raakte me. Ik wilde daar iets in betekenen – samen met anderen.
Die drijfveer loopt als een rode draad door haar werk als docent, onderzoeker en verbinder binnen het KAS en het LHSC. “Het geeft energie als de intentie van je werk landt waar die nodig is. Mensen en kennis bij elkaar brengen, inspireren en faciliteren: dat is wat mijn rol binnen het LHSC zo bijzonder maakt.”
Klein ziet het LHSC als een versterkende cirkel. Vragen uit de regio worden opgehaald, verbonden met expertise uit verschillende instellingen, en vervolgens weer teruggebracht naar de partners die ermee aan de slag gaan. “Je merkt dat er steeds meer gezamenlijke initiatieven ontstaan en dat de regio steeds beter ziet wat het LHSC kan betekenen. Die beweging, die flow, dat maakt het werk heel waardevol.”
Gezondheidsverschillen aanpakken met een lagere drempel
Gezondheidsverschillen raken vrijwel alle levensdomeinen: onderwijs, werk, mentale gezondheid en hoe mensen in het leven staan. “Deze verschillen hebben veel impact op een stad als de onze”, zegt Klein. “Het klinkt als een enorme opgave – en dat is het ook – maar kleine veranderingen kunnen in de praktijk al veel verschil maken.”
Ze geeft een voorbeeld uit de jeugdzorg. “Niet iedereen weet de weg naar de reguliere jeugdzorg even makkelijk te vinden. Sommige kinderen krijgen sneller hulp dan andere.” Vanuit het KAS wordt daarom gewerkt aan een preventieve interventie op school. “Door hulp naar school te brengen, verlaag je de drempel voor ouders en leerlingen. Met dezelfde professionals, maar op een andere plek, kun je al veel betekenen.”
Leiden als ‘knooppunt’ van lokale en mondiale kennis
Volgens Klein heeft Leiden een unieke uitgangspositie. “We hebben hier sterke kennisinstellingen – van mbo tot universiteit – én een gemeente die nauw betrokken is. Het LHSC bouwt geen compleet nieuw netwerk op, maar verbindt bestaande netwerken met elkaar. Daardoor komt kennis sneller op de juiste plek terecht.
Die verbinding reikt verder dan de stad. Wij halen in Leiden niet alleen expertise op, maar ook ervaringen en behoeften uit de praktijk. Die koppelen we aan kennis van regionale, landelijke en internationale partners en brengen we vervolgens weer terug naar de stad. De schaal van Leiden speelt daarin een belangrijke rol. De stad is overzichtelijk genoeg om dichtbij bewoners te blijven, maar groot genoeg om impact te maken. Het is bijzonder dat Leiden zo kan meeliften op wereldwijde kennis en die direct lokaal kan toepassen.”
Wicked problems vragen om uitzoomen
“De maatschappelijk vraagstukken van deze tijd – vaak aangeduid als ‘wicked problems’ – vragen om een andere manier van werken. “Professor Andrea Evers, een van de grondleggers van het LHSC zei altijd: ‘De simpele problemen zijn al opgelost.’ Wat overblijft, zijn de vraagstukken waar geen eenduidige oplossing voor is, zoals voeding, mentale gezondheid en ongelijkheid. Daar heb je meerdere perspectieven voor nodig.”
Het begint bij het luisteren naar wat er leeft in de regio, in de stad. “Het LHSC vertrekt vanuit de behoeften van bewoners en partners. Dat is anders dan vroeger: toen kennisinstellingen vooral werkten vanuit hun eigen agenda.”
Initiatieven zoals de Kenniscafés en het Beleidslab laten zien hoe dat in de praktijk werkt. Rondom een gedeeld thema onstaat begrip voor elkaars context. “Dan zie je dat specialismen elkaar aanvullen in plaats van langs elkaar heen werken. Dat is essentieel om verkokering te voorkomen”.
Van onderzoek naar praktijk: samen ontwikkelen
Hoe zorg je ervoor dat kennis daadwerkelijk landt bij inwoners? Een goed voorbeeld komt uit een LHSC-consortium dat werkt aan mentale gezondheid in het mbo en vmbo. “Deze groep jongeren wordt vaak overgeslagen als het over mentale gezondheid gaat,” vertelt Klein. “Daarom zijn we samen met studenten, docenten, jeugdzorg en interventie-eigenaren gaan kijken: wat is er al en waar is behoefte aan?”
Het resultaat was geen enkel kant-en-klaar protocol, maar een reeks van interventies die samen met de doelgroep zijn ontwikkeld. “Waar interventies eerder vooral vanuit wetenschappelijk onderzoek werden vormgegeven, ontwikkelen we ze nu samen met jongeren en professionals uit de praktijk. Dat zorgt voor betere aansluiting en vergroot de kans dat ze ook daadwerkelijk gebruikt worden.”
Deze manier van werken verandert ook de onderlinge relaties. “Vroeger vonden scholen ons best een beetje spannend. Nu is het makkelijker om elkaar te vinden. Dat is winst voor iedereen.”
Over vijf jaar: impact is onschatbaar
“Het komt niet vanzelf, het is hard werken,” erkent Klein. “Maar Leiden lift mee op wereldwijde kennis en op het gevoel dat we samen sterker staan. Dat leidt uiteindelijk tot ondersteuning, meer kansengelijkheid en een gezondere leefomgeving.”
Over vijf jaar hoopt ze dat samenwerking nog vanzelfsprekender is geworden. “Dat steeds meer mensen de synergie voelen en dat alle partners elkaar goed weten te vinden, ook op bestuurlijk niveau. Je kunt nooit alle directe impact meten, maar de echte waarde zit in duurzame samenwerking: kennis die wordt gedeeld, beter aansluit bij de prakijk en zo stap voor stap bijdraagt aan een gezondere stad voor iedereen.”


