Studenten in actie voor de stad van morgen
Het is officieel: Leren met de Stad gaat de komende vier jaar door! Tijdens de extra feestelijke XL-editie van Presenteren met de Stad maakte burgemeester van Leiden Peter Heijkoop het nieuws bekend. De vier samenwerkingspartners, Hogeschool Leiden, Universiteit Leiden, mboRijnland en gemeente Leiden, hebben hun handtekening gezet om het innovatieve onderwijsprogramma voort te zetten.
Een belangrijk besluit in deze unieke Leidse samenwerking tussen onderwijs, stad en bewoners, dat sinds 2018 werkt aan het aanpakken van maatschappelijke vraagstukken door studenten als onderdeel van hun onderwijs.
De bekendmaking vormde het hoogtepunt van een middag vol energie en ontmoetingen. Programmaleider Piet-Hein van der Ploeg opende de bijeenkomst met een warm welkom aan studenten, stadspartners, bewoners, ouders en andere geïnteresseerden. De sfeer zat er goed in, mede dankzij de enthousiaste wo-, mbo-, en hbo-studenten die lieten zien hoe zij een waardevolle bijdrage leveren aan de stad en haar inwoners.
Na het plenaire onderdeel en de toespraak van de burgemeester, kregen drie studenten het podium. Veerle van Hogeschool Leiden presenteerde haar onderzoek naar mantelzorgouders van zorgintensieve kinderen. Dea, student Culturele Antropologie aan Universiteit Leiden, nam het publiek mee in haar onderzoek naar sociale interactie. Vervolgens pitchten mbo-student Victor en docent Maurice de Energiefixers071: een project waarin studenten samen met energiecoaches bewoners helpen om hun huurwoning energiezuiniger te maken.
Na een korte energizer door Leren met de Stad-stagiair Tom, was het tijd voor de interactieve markt. Bezoekers lieten zich inspireren door de verhalen van studenten en gingen in gesprek met stadspartners die hun initiatieven presenteerden aan eigen tafels. Een nieuwe toevoeging dit jaar waren de thematafels, waar actuele maatschappelijke onderwerpen als Gelijke Kansen en Duurzaamheid centraal stonden.
Drie studenten aan het woord op Presenteren met de Stad
Toegepaste Psychologie-student Veerle.
Zorgen voor je kind én jezelf: levend verlies bespreekbaar maken
“Tijdens mijn onderzoek bij Leren met de Stad kwam de term levend verlies regelmatig naar voren.”
Lees verder
“Veel mensen zijn hier waarschijnlijk al mee bekend: het verwijst naar het verlies van iemand in je leven, zonder dat die persoon daadwerkelijk is overleden. Het is het proces van leren omgaan met het blijvende gemis en het besef dat de persoon zoals je hem of haar kende, niet meer terugkomt.
In mijn onderzoek – dat ik deed als afstudeeropdracht voor de opleiding Toegepaste Psychologie aan Hogeschool Leiden – heb ik me verdiept in het thema levend verlies bij ouders van zorgintensieve kinderen. Ouders moeten vaak afscheid nemen van het toekomstbeeld dat ze ooit voor ogen hadden voor hun kind en hun gezin. Dat doet pijn, en tegelijkertijd moeten ze door. Levend verlies blijft altijd op de achtergrond aanwezig – soms groot, soms klein – als een onderstroom in het dagelijks leven.
Ik heb mijn onderzoek uitgevoerd aan de hand van interviews en enquêtes. Wat opviel, is dat deze ouders vaak tussen wal en schip vallen. Ze zijn mantelzorger, maar herkennen zichzelf daar niet altijd in, en krijgen daardoor vaak niet de ondersteuning die ze nodig hebben. Dat leidt regelmatig tot overbelasting, ziekteverzuim en zelfs burn-outs.
Daarom hebben we ook een bijeenkomst georganiseerd, waar ouders samenkwamen om hun verhalen te delen, elkaar tips te geven en vooral: herkenning en steun te vinden. Alleen al de ervaring van het met elkaar in gesprek zijn, bleek van grote waarde.”
Waarom jongeren geen hulp zoeken bij game- of gokproblemen
TP-student Ivan deed in opdracht van het JIP (Jongeren Informatie Punt) onderzoek naar waarom jongeren met gok- of gameverslaving vaak geen hulp zoeken. Samen met zijn medestudent Niels, die zich richt op mentaal welzijn, onderzoekt hij hoe het JIP jongeren beter kan bereiken.
Toegepaste Psychologie-studenten Ivan en Niels.
Lees verder
“Niet veel jongeren willen praten over hun game- of gokproblemen,” zegt Ivan. “Ik interview jongeren en probeer te achterhalen waarom ze het JIP niet benaderen, terwijl ze daar wel geholpen zouden kunnen worden. Het JIP wil weten wat hen tegenhoudt, zodat ze hun aanbod beter kunnen afstemmen op de behoeften van jongeren.”
Tijdens Presenteren met de Stad gebruikt Ivan het Health Belief Model (HBM) als basis voor zijn analyse. Dit psychologische model verklaart waarom mensen wel of geen hulp zoeken. In een interactieve puzzel gaan deelnemers aan de slag met begrippen uit het model, die ze moeten koppelen aan concrete deelvragen. Zo ontstaat inzicht in het gedrag van jongeren en in de factoren die bijdragen aan of juist belemmeren dat zij hulp zoeken.
“Uiteindelijk willen we weten waar de drempels liggen,” legt Ivan uit. “Door dit beter te begrijpen, kan het JIP gerichter werken aan oplossingen die jongeren écht bereiken.”
Universitaire student Dea.
Onderzoek naar ontmoeting en verbinding binnen het gebouw van mboRijnland
Culturele Antropologie-student Dea deed samen met haar studiegenoten onderzoek naar de sociale interactie bij mboRijnland.
Lees verder
Wat hen direct opviel, was de unieke indeling van het schoolgebouw. Elke verdieping is ingericht voor een specifieke opleiding, wat efficiënt lijkt, maar in de praktijk juist beperkingen oplevert.
“Je merkt dat studenten nauwelijks in contact komen met anderen buiten hun eigen opleiding,” vertelt Dea. “Het voelt alsof iedereen op zijn eigen eiland zit.” Door deze opzet is er weinig spontane uitwisseling of samenwerking tussen opleidingen, terwijl dat juist veel kan opleveren voor het leerproces én de sociale dynamiek.
Het gebouw telt ongeveer 4000 studenten, maar beschikt over slechts één gezamenlijke ruimte: de aula. Deze is volgens Dea te druk en lawaaierig. “Je kunt daar niet echt rustig zitten of een gesprek voeren met iemand.”
Wat ontbreekt zijn informele ontmoetingsplekken waar studenten uit verschillende richtingen elkaar toevallig kunnen tegenkomen. Door dat gemis voelen veel studenten zich geïsoleerd binnen hun eigen leeromgeving. Dea en haar medestudenten pleiten daarom voor meer open en gedeelde ruimtes in het gebouw, die ontmoeting stimuleren.