Ervaringen partners

Niels Rood is beleidsmedewerker welzijn met ouderen als aandachtsgebied bij de gemeente Leiden.

“Leren met de Stad betekent voor mij: samen met de stad kennis opdoen waar wij mee aan de slag kunnen. Co-creatie, vraagstukken samen oppakken met andere partijen én burgers, is binnen de gemeente steeds gebruikelijker. We willen mensen betrekken bij de onderwerpen waar ze zelf mee te maken hebben en ze daarover laten meedenken.

Leren met de Stad sluit daar heel mooi op aan. Als ambtenaar met het aandachtsgebied ouderen heb ik talloze projecten en uitdagingen waarmee ik aan de slag zou willen. Ik kom altijd handjes tekort, en daarom is het fijn als studenten aan de slag kunnen met een aantal van die thema’s. Hoewel de samenwerking nog in de kinderschoenen staan, loopt er al een aantal projecten. En wat ik merk: van het één komt vaak het ander.”

Een van de onderwerpen waar we mee bezig zijn is een onderzoek naar hoe Leiden tot 2040 gaat vergrijzen. Zo hebben we een stagiaire aangenomen van de opleiding Vitality & Ageing. Zij onderzocht of we als gemeente de ouderen wel op de juiste manier bereiken voor onze 75+ welzijnsbezoeken. Dat heeft mooie resultaten opgeleverd waar Incluzio, de Leidse welzijnsorganisatie, mee verder kan.

Het onderzoek heeft ook weer een vervolgsamenwerking opgeleverd. Bijvoorbeeld in het tegengaan van eenzaamheid onder ouderen, waarbij we kijken naar hoe we voor verschillende doelgroepen een passend aanbod kunnen ontwikkelen. Niet iedereen heeft, gechargeerd gezegd, zin in een breimiddag in het buurthuis. Onlangs heb ik daarom bij Vitality & Ageing een pitch gegeven waarbij ik de studenten uitdaagde om nieuwe manieren te bedenken om eenzaamheid bij ouderen met een migratie-achtergrond tegen te gaan. Eén groepje had bedacht om een groepje ouderen in gesprek te laten gaan met studenten en hen over hun cultuur te laten vertellen. Dat vonden wij een mooi concreet idee, en dat zijn we samen met de universiteit en museum volkenkunde aan het uitwerken.

Zo leidt Leren met de Stad tot nieuwe verbindingen en daarmee nieuwe denkkracht. Er komt zoveel bij ons als gemeente binnen, het is fijn om dat met andere partijen te delen. Mijn netwerk is ook niet oneindig tenslotte. Ik vind de grootste meerwaarde van Leren met de Stad dan ook dat het ons in staat stelt om nieuwe linkjes te leggen. Leren met de Stad is heel goed in het koppelen van vraagstukken en kennis. Daar kunnen wij als gemeente ons voordeel mee doen. Ik zie het als mijn rol om vraagstukken aan te leveren en met oplossingen die we aangedragen krijgen aan de slag te gaan. Dankzij het enthousiasme van Leren met de Stad én doordat er de ruimte is om studenten langere tijd in te zetten op een thema, voorzie ik nog mooie kruisbestuivingen.’

Jolanda Swart is buurtcoach van Incluzio in Leiden-Noord en werkt nauw samen met Leren met de Stad.

“Ik vind het een heel mooi project. Het haalt de studenten uit de schoolbanken, de wijk in, brengt ze in contact met echte mensen en echte problemen, naast wat ze uit de schoolboeken halen. Ze komen hier om onderzoek te doen, aan de praktijk te snuffelen, en soms brengen ze ons als organisatie op goede nieuwe ideeën.”

Een goed voorbeeld van dat laatste is bij een groepje senioren voor wie wij een soort dagopvang hebben. Die mensen zijn niet ziek, hebben geen indicatie, maar ze kwamen altijd al op het sjoelen en de bingo af in het buurthuis en ze wilden eigenlijk wel meer. Vandaar die dagopvang, met activiteiten, gezelligheid en een lunch. Vorig jaar heeft daar een groepje studenten Toegepaste Psychologie meegekeken. Ze hoefden die groep niet te runnen, maar ze zaten erbij, stelden vragen en bestudeerden de groepsdynamiek. Eén studente heeft bij de bezoekers een vragenlijst afgenomen waarin het thema eenzaamheid verstopt zat, maar ook bijvoorbeeld vragen over hoe ze de begeleiding vinden. Daar hebben wij natuurlijk veel aan. En een origineel idee dat daaruit voortgekomen is, was om die mensen op de dagen dat ze elkaar niet zien, brieven aan elkaar te laten schrijven. Dan zijn ze, ondanks dat ze op zo’n dag misschien alleen zijn, toch sociaal bezig. Dat lijkt me een bijzonder project. Het is nu aan de huidige groep studenten om dat verder op te zetten.

Bij ‘Een Goede Buur’ draaien zelfs tientallen studenten mee. Dat zijn onze bijeenkomsten in buurthuizen waar je hulp kunt vragen met bijvoorbeeld een formulier of een telefoontje met een instantie. Dat bestond al en wordt gedaan door vrijwilligers. Tegenwoordig zitten daar tweedejaarsstudenten Sociaal Juridische Dienstverlening bij om te kijken of er juridische vragen zijn waar ze mee kunnen helpen. Dat doen ze heel goed, de mensen gaan blij naar huis.

In principe bedenkt de hogeschool of de universiteit de onderwerpen waar de studenten zich op storten, of met hen samen. Ik ben er vervolgens bij betrokken als aanspreekpunt op de locatie en ze komen met mij sparren over hoe ze het kunnen aanpakken. Het kan ook dat wij als welzijnsorganisatie of andere organisaties, of wijkbewoners, een thema aandragen. Dat hebben ze al gezegd: “Kom maar met jullie wensen, als je iets onderzocht wilt hebben.”

De bewoners hier in de wijk moeten het de afgelopen tijd zeker hebben gemerkt, dat er soms studenten bij waren op een koffieochtend, of bij de wandelgroep, die vragen stelden. We moeten bijna gaan oppassen dat het niet te veel wordt, dat bezoekers voortdurend ondervraagd worden. Al vind ik het persoonlijk alleen maar leuk, met jonge mensen werken. Ze zijn allemaal heel open en sociaal, ik ervaar ze als echte collega’s, en ik leer van ze. Al was het maar doordat ze zo handig met computers zijn.”

Nanda van Beest, Senior Adviseur Duurzaamheidseducatie van de gemeente Leiden

Portret Nanda van Beesd

“De inzet van studenten op deze onderwerpen is zeer waardevol en breder dan het bevorderen van duurzaamheid”

Nudging voor bewonersparticipatie: vergroening van de straat

Hoe kunnen we burgers stimuleren om veranderingen in hun leefomgeving te implementeren, met name de vergroening van straten en buurten? In samenwerking met het Kennisatelier Duurzaamheid van de Universiteit Leiden en het project SPONGE 2020 is onderzoek gedaan naar hoe ‘nudging’ bewonersparticipatie en duurzaam gedrag op gang kan brengen. Nudging staat bekend als een methode waarbij mensen subtiel worden gestimuleerd om zich op een gewenste wijze te gedragen. Het onderzoek dat volgde leidde tot concrete aanbevelingen.

Nanda van Beest begeleidde het project vanuit de gemeente Leiden: “Mijn rol was verbindingen leggen binnen het gemeentelijk apparaat. Hoe werkt een gemeente en wat zijn inhoudelijke verbindingen?”

Bewoners in actie krijgen

In een drietal straten van Leiden Noord zijn op basis van het nudging model 3 soorten flyers uitgedeeld – zakelijk, gezellig, financieel – met een verzoek om mee te werken aan de vergroening. De flyers waren bedoeld om bewoners in actie te krijgen. De betrokken student heeft niet alleen het onderzoek opgesteld, maar ook de uitvoering op zich genomen en vervolgens een analyse van de onderzoeksresultaten gemaakt.

Van Beest beschrijft de context van dit onderzoek: “Duurzaamheid is een transformatie die gaande is en het is voor de overheid, en voor Leiden als kennisstad in het bijzonder, van belang om naar de toekomst te kijken. Welke ontwikkelingen zijn er gaande?”

Volgens Van Beest was de grootste uitdaging binnen haar eigen werkomgeving om de onderzoeksresultaten van de studenten daadwerkelijk een plek te geven in de stad en ze in het beleid te implementeren. Ondanks deze uitdaging is Van Beest blij met de uitkomsten van het onderzoeksproject: “Het is een voorbeeld voor hoe de gemeente participatie beter kan laten aansluiten bij de doelgroep”.

Ze is ook erg enthousiast over het enthousiasme dat studenten meebrengen; die blijven net zo lang speuren tot ze nieuwe inzichten kunnen koppelen aan de vraagstellingen. “Ze hebben ook meer ingangen bij anderen, bijvoorbeeld bij buurgemeenten en bewoners, dan onderzoeksbureaus”.

Over de samenwerking met de student in het kader van dit onderzoeksproject is Van Beest zeer tevreden. Ze raadt andere collega’s en potentiële opdrachtgevers aan: “Doen! Studenten krijgen de mogelijkheid om een steentje bij te dragen aan de maatschappelijke opgaven van de stad Leiden. En blijven wellicht ook beschikbaar na hun studie als ons arbeidskapitaal.”

Martijn Zoeteman, trainee ruimtelijke ontwikkeling bij de gemeente Leiden

Portret Martijn Zoeteman

“De professionele en creatieve houding van studenten heeft ervoor gezorgd dat het contact met de studenten erg prettig is verlopen”

Fysieke leefomgeving en sociale cohesie in Leiden-Noord

Welke invloed hebben verschillende aspecten van de fysieke leefomgeving op sociale cohesie? Met die vraag stapte de gemeente Leiden naar de Universiteit Leiden. Het onderzoek dat volgde, leidde tot waardevolle wetenschappelijke inzichten die vervolgens zijn getoetst aan de situatie in de buurten in Leiden-Noord. Martijn Zoeteman, trainee ruimtelijke ontwikkeling bij de gemeente Leiden, was als opdrachtgever betrokken bij het onderzoekstraject.

Vier bachelorstudenten Culturele Antropologie hebben tussen februari en mei 2020 onderzocht hoe verschillende aspecten van de fysieke leefomgeving sociale cohesie bevorderen of juist belemmeren. Ook hebben ze gekeken naar hoe deze aspecten tot uiting komen in de Prinsessenbuurt en De Hoven in Leiden-Noord.

Vernieuwende inzichten voor gemeente

Zoeteman over zijn ervaringen met dit studentenproject: “Naast dat wij studenten graag de kans wilden bieden om praktijkervaring op te doen met het onderzoek, kan het ons bij de gemeente ook goed helpen. Het onderzoek is uitgevoerd binnen de afdeling ruimtelijke ontwikkeling. De invalshoek vanuit de culturele antropologie is binnen onze afdeling niet erg gebruikelijk, maar kon daardoor juist ook vernieuwende inzichten aanbieden. Op deze manier hebben wij het fysieke domein met het sociale domein proberen te koppelen, wat uiteindelijk tot een mooi resultaat heeft geleid.”

Tijdens het onderzoeksproces waren er verschillende contactmomenten met hem als opdrachtgever en de studenten. Regelmatig hielden zij telefonisch contact op basis van wederzijdse behoefte.

Vanwege de coronacrisis moest het onderzoeksproject worden aangepast aan de coronamaatregelen. “Oorspronkelijk zouden studenten vooral in gesprek gaan met bewoners, om hun ervaringen te bevragen, maar deze onderzoeksmethode is vanwege de coronamaatregelen aangepast naar een literatuuronderzoek”. De onderzoeksresultaten en aanbevelingen zijn digitaal gepresenteerd. Volgens Zoeteman is dit allemaal uitstekend verlopen en bieden de digitale middelen van de universiteit de kans om dit goed vorm te kunnen geven.

Inspirerende aanbevelingen

Zoeteman is zeer tevreden met de uitkomsten en aanbevelingen van de studenten. Zo hebben zij onder meer gevonden dat woningbouw en wijkvoorzieningen van invloed zijn op ‘publieke familiariteit’. Met publieke familiariteit wordt het effect bedoeld van het herhaaldelijk tegenkomen van buurtbewoners, wat vervolgens zorgt voor een vertrouwd en veilig gevoel, zonder dat je deze buurtbewoners persoonlijk hoeft te kennen.

De studenten toonden aan dat ‘Het Gebouw’, een ontmoetingsplek in de buurt waar zo’n 20 organisaties in verblijven, kan bijdragen aan deze gevoelens van publieke familiariteit. Het aanbieden van verschillende activiteiten voor doelgroepen met verschillende sociaal-culturele achtergronden kan hierbij goed helpen. Zoeteman legt uit uit wat er met deze onderzoeksresultaten gebeurt: ‘Dergelijke inzichten worden gedeeld met betrokkenen binnen de organisatie, zoals stedenbouwers en projectleiders van gebiedsontwikkelingen. Het is uiteraard niet zo dat aanbevelingen altijd 1 op 1 overgenomen kunnen worden, maar ze zijn zeker van waarde en kunnen meegenomen worden bij toekomstige afwegingen’.

Zoeteman geeft het volgende advies aan potentiële opdrachtgevers: ‘Geef de studenten de kans om inzichten aan te bieden vanuit een terrein waar binnen de eigen organisatie niet altijd de expertise van in huis is. Door studenten praktijkonderzoek te laten doen vanuit een invalshoek die buiten de comfort-zone ligt, kunnen er juist inspirerende aanbevelingen naar voren komen.’