Expositie ‘De erfenis van het Nederlandse slavernijverleden’

Wat betekent de erfenis van het Nederlandse slavernijverleden voor mensen in het hier en nu? Negen persoonlijke geschiedenissen uit verschillende werelddelen laten dat in deze tentoonstelling zien.

De expositie geeft een beeld van verschillende aspecten van het Nederlandse koloniale- en slavernijverleden, waarvan het bronmateriaal in het Nationaal Archief te vinden is. Sommige van de negen persoonlijke verhalen in de tentoonstelling zijn nooit eerder verteld. Zo geeft de Zimbabwaanse sommelier Pardon Taguzu een beeld van de doorwerking van de slavernij in de vele wijngaarden in Zuid-Afrika. De Arubaanse tweelingzussen Ira en Ayra Kip vertellen over de stukgelopen zoektocht naar hun voorvaders. Kinderen van tot slaaf gemaakte moeders hadden volgens de toenmalige wet namelijk geen vaders. Hun namen werden daarom nergens genoteerd.

Of het verhaal over de Belanda Hitam (‘zwarte Hollanders’). Nederland ronselde tussen 1830 en 1872 mannen in West-Afrika om als militair te vechten in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) in Indonesië. Ook komt Henrick van Asch van Wijck aan het woord. Hij is secretaris van de Insinger Stichting. De geschiedenis van de familie en naamgevers van de stichting is vervlochten met het Nederlandse slavernijverleden. De familie bezat plantages in Suriname, leverde bestuurders voor de West-Indische Compagnie (WIC) en vergaarde met deze en andere activiteiten haar vermogen. De Insinger Stichting werd door Marie Insinger in 1913 opgericht ten gunste van ‘godsdienstige en liefdadige instellingen die in Nederland of de voormalige koloniën werken.’

Wanneer

12 mei t/m 11 juli 2026

Thema(‘s)

Evenement

Wie

BplusC

Contact