Maak kennis met…

Door middel van interviews en korte verhalen geven wij jullie een inkijkje te geven in de diverse organisaties en mensen die op verschillende manieren aan Leiden Kennisstad zijn verbonden. Maak dus gauw kennis met…

Marieke van Haaren werkt voor de Universiteit Leiden, sinds vorig jaar bij Luris (Knowledge Exchange Office) en ook bij PLNT, het Leidse Centrum voor Innovatie en Ondernemerschap. Als projectmanager van Leren met de Stad werkt ze samen met de gemeente Leiden en Hogeschool Leiden. Het doel van het project is om de samenwerking tussen ‘de stad’ en kennisinstellingen te versterken, om zo een bijdrage te leveren aan maatschappelijke vraagstukken.

‘De kennis van studenten, docenten en onderzoekers van de hogeschool en de universiteit kan in de stad ingezet worden bij het oplossen van complexe vraagstukken. Zo kunnen mensen die normaal minder vanzelfsprekend ‘toegang’ tot die kennis hebben, daar nu wel van profiteren.’

Met welke (onderzoeks)vragen kunnen de collega’s van de gemeente bij jou terecht?

Grotere thema’s waarop we nu al met de gemeente samenwerken zijn bijvoorbeeld: Duurzaamheid, Eenzaamheid, Vergrijzing en Cybercrime. Zo onderzochten studenten Psychologie bij bewoners de bereidheid en motivatie om hun huis aardgasvrij te maken. En de gemeente heeft de hogeschool en universiteit gevraagd om met hun kennis bij te dragen aan de uitvoering van de plannen. Ook bij ‘Samen tegen Eenzaamheid’ wordt er onderzoek gedaan naar de effecten van interventies.

Wat zijn de voorwaarden bij het starten van z’n samenwerking met een kennisinstelling?

Belangrijk om te onthouden is dat het om samenwerking gaat, of ‘co-creatie’. Dat wil zeggen dat de gemeente en de kennisinstelling samenwerken, en er dus ook van beide partijen inzet wordt gevraagd. Heel concreet: als bijvoorbeeld studenten in een vak aan de hogeschool gaan werken aan ‘jouw’ vraagstuk, dan is daar begeleiding bij nodig, en ook het beschikbaar stellen van informatie en stakeholders. Ook staat het leerproces van studenten voorop. Daarbij komen ze soms met een oplossing die je niet had verwacht. Dat dat kan heel verfrissend en verrassend zijn!
Lees op de website van Leren met de Stad enkele voorbeelden van studentprojecten, en van ‘opdrachten’ vanuit de gemeente. Mocht je van gedachten willen wisselen over (mogelijke) samenwerking, mail me dan via marieke@plnt.nl.

Welke samenwerkingskansen zijn er volgens jou voor Leiden Kennisstad?

De enorme hoeveelheid kennis in Leiden, bij al die kennisinstellingen – ook het LUMC, het MBO en scholen – kan nog veel beter benut worden om maatschappelijke vraagstukken in de stad te helpen oplossen. Voor studenten biedt dat een ‘rijke leeromgeving’ en veel van de huidige generatie studenten willen graag impact maken in de samenleving en daarvoor hun kennis inzetten. En het onderzoek dat wordt uitgevoerd door de kennisinstellingen kan nog beter benut worden om ook lokaal bij te dragen aan oplossingen voor complexe problemen.

Wat is in jouw werk een van de grootste uitdagingen? En wat is een tip die je iedereen kan meegeven?

Samenwerking tussen heel verschillende organisaties is niet altijd gemakkelijk, vanwege uiteenlopende culturen en bijvoorbeeld andere werkwijzen. Maar als je de ontwikkeling van de stad als gezamenlijk doel hebt, kun je over die verschillen heen stappen en wél gaan samenwerken. Wees daarbij bereid om van en met elkaar te leren en jouw kennis en ervaring te delen met anderen. Dat maakt ook je eigen werk leuker, en beter!

Marijn Sauer is beleidsadviseur Circulaire Economie bij de gemeente Leiden en heeft sinds kort een internationale publicatie op haar naam. Ze heeft het grote nieuws nog niet aan al haar vrienden verteld. Ze wil het niet aan de grote klok hangen. Dus met dit interview geven we aandacht aan haar studie- en werkresultaten.

“Het begon allemaal vijf jaar geleden toen mijn onderbuurman vertelde over zijn nieuwe functie bij de gemeente Leiden. Toen zei ik: ‘dat lijkt mij super leuk en ik wil ook op het gebied van duurzaamheid werken’. Ik kreeg het telefoonnummer van zijn leidinggevende en had een fijn kennismakingsgesprek. Na mijn reis van Nieuw-Zeeland naar China mocht ik beginnen als beleidsondersteuner energietransitie.”

“Eigenlijk wilde ik stoppen bij de gemeente”

Marijn houdt van het werk bij de gemeente en bleek goed op haar plek: “Eigenlijk wilde ik maar een half jaar bij de gemeente werken en daarna weer studeren. Maar er was nog genoeg leuk en interessant werk waardoor ik twijfelde.” Gelukkig bood de gemeente een parttime contract aan en voor de studiekosten kreeg ze financiële tegemoetkoming. Hierdoor kon ze blijven en kon ze de tweejarig master Industrial Ecology volgen aan de Universiteit Leiden en TU Delft.

“Ik was mijn eigen stagiaire”

Een-win-situatie voor beide partijen. “De gemeente kon wel wat expertise rondom circulariteit gebruiken. Ik nam mijn studie mee naar mijn werk en mijn werk naar mijn studie, dus eigenlijk was ik mijn eigen stagiaire.”

Circulair slopen en bouwen

In de master ging Marijn aan de slag met het onderwerp circulair bouwen, in die tijd nog een opkomend onderwerp bij gemeente Leiden. Haar scriptieonderzoek helpt bij de vraag hoe we materialen die opgeslagen zitten in gebouwen slim kunnen hergebruiken t.b.v. nieuwbouw. “We hebben gekeken hoeveel er de komende tien jaar in Leiden gebouwd moet worden op basis van de verstedelijkingsopgave en anderzijds wat hiervoor gesloopt gaat worden om te kunnen intensiveren.”

Marijn over haar onderzoek:

“Ik heb een database aangelegd met de materiaalintensiteit van verschillende bouwtypen. Zo kun je zien hoeveel materiaal er “opgeslagen” ligt per gebouwtype per vierkante meter. Met behulp van materiaalstroomanalyse en levenscyclusanalyse heb ik berekent hoeveel materiaal er vrijkomt, hoeveel materiaal weer gevraagd wordt, en hoeveel CO2(eq.) er bespaard wordt als we dit aan elkaar matchen. Het resultaat van mijn hoofdonderzoek omvat hoeveel CO2 (eq.) we kunnen besparen als we circulair slopen (en deze materialen herintroduceren volgens wat nu financieel en technisch haalbaar is) in plaats van ouderwets slopen. Echter, bij deze paper wordt alleen ingegaan op het materiaalstroomanalyse deel, dus wat de (mis)match is van de uitgaande en gevraagde materiaalstromen ten behoeve van de Leidse verstedelijkingsopgave.”

“TU-Delft geeft niet zo snel een 8,5”

“Voor dit onderzoek kreeg ik een 8,5. De professoren vertelden mij dat ik er een publicatie uit kon slepen. Het herschrijven van de scriptie zou mij weer veel tijd kosten en ik had juist behoefte aan een adempauze. Ik zou ook alweer fulltime gaan werken. Dus vanuit de Universiteit werd er aangeboden om mijn onderzoek om te vormen naar papers. Dan hoefde ik alleen nog tegen te lezen en werd ik tweede auteur. Daar heb ik veel geluk mee gehad.”

“Je moest mij echt even knijpen”

“Dat hebben we dus gedaan en nu is het ook echt gepubliceerd! Toen ik de opgemaakte paper zag, met daarop journal of sustainability, waar ik zelf ook veel uit heb moeten studeren, moest je mij wel even knijpen. Dit is echt een grote persoonlijke mijlpaal. Nooit had ik dit durven dromen. Dat is nog niet alles. Er komt nog een tweede publicatie aan!

Onderzoek in de praktijk gebracht

“Het onderzoek wat ik heb gedaan is mede gebruikt om beleid te maken voor circulair bouwen. Zo is in februari 2020 de strategie circulaire economie vastgesteld en in juni het uitvoeringsprogramma. Wat daar in staat rondom circulaire bouwen komt erg overheen met resultaten en aanbevelingen uit mijn eigen onderzoek. Zo was een van mijn onderzoeksuitkomsten dat 60 tot 90 procent van de totale materiaalvraag beton is. Daarom is het zo belangrijk dat we als gemeente het Betonakkoord ondertekenden. Dat betekent dat al het beton dat wij zelf aanbesteden een veel duurzamer beton is. Gaaf om te zien hoe mijn onderzoek in de praktijk wordt toegepast!”

Kennisatelier Duurzaamheid

De database en resultaten van Marijns onderzoek wordt nu gebruikt als basis voor andere scriptieonderzoeken, die zij ook begeleidt. “Anderen studenten maken daar dus gebruik van, waardoor studenten elkaar versterken en de kennis wordt verbreed. Deze kennisverbreding is weer heel waardevol voor de gemeente. Dit is ook ooit het doel geweest van Kennisatelier Duurzaamheid, onderdeel van Leren met de Stad in Leiden Kennisstad. Geweldig dat het dus werkt!”

“Samenwerking met student heeft veel voordelen”

Marijn heeft een advies voor collega’s die een complexe vraag hebben. “Om de complexe vraagstukken die nu voor ons liggen op te lossen, kunnen we niet uit afzonderlijke kokers kijken. We moeten samenwerken met het bedrijfsleven en het onderwijs. Studenten van Kennisatelier Duurzaamheid zijn echt heel goed en heel gemotiveerd. Dat komt door hun brede blik en door de nieuwste informatie die zij tot hun beschikking hebben. Daar staat wel tegenover dat de beleidsadviseur samen met de student goed bespreken wat de student kan bieden en wat de onderzoeksbehoefte is. Een beetje tijdinvestering in de student zorgt voor zeer waardevolle en bruikbare kennis.”

Ben je geïnteresseerd in Marijns paper? Lees deze hier.

Marieke van Haaren werkt voor de Universiteit Leiden, sinds vorig jaar bij Luris (Knowledge Exchange Office) en ook bij PLNT, het Leidse Centrum voor Innovatie en Ondernemerschap. Als projectmanager van Leren met de Stad werkt ze samen met de gemeente Leiden en Hogeschool Leiden. Het doel van het project is om de samenwerking tussen ‘de stad’ en kennisinstellingen te versterken, om zo een bijdrage te leveren aan maatschappelijke vraagstukken.

‘De kennis van studenten, docenten en onderzoekers van de hogeschool en de universiteit kan in de stad ingezet worden bij het oplossen van complexe vraagstukken. Zo kunnen mensen die normaal minder vanzelfsprekend ‘toegang’ tot die kennis hebben, daar nu wel van profiteren.’

Met welke (onderzoeks)vragen kunnen de collega’s van de gemeente bij jou terecht?

Grotere thema’s waarop we nu al met de gemeente samenwerken zijn bijvoorbeeld: Duurzaamheid, Eenzaamheid, Vergrijzing en Cybercrime. Zo onderzochten studenten Psychologie bij bewoners de bereidheid en motivatie om hun huis aardgasvrij te maken. En de gemeente heeft de hogeschool en universiteit gevraagd om met hun kennis bij te dragen aan de uitvoering van de plannen. Ook bij ‘Samen tegen Eenzaamheid’ wordt er onderzoek gedaan naar de effecten van interventies.

Wat zijn de voorwaarden bij het starten van z’n samenwerking met een kennisinstelling?

Belangrijk om te onthouden is dat het om samenwerking gaat, of ‘co-creatie’. Dat wil zeggen dat de gemeente en de kennisinstelling samenwerken, en er dus ook van beide partijen inzet wordt gevraagd. Heel concreet: als bijvoorbeeld studenten in een vak aan de hogeschool gaan werken aan ‘jouw’ vraagstuk, dan is daar begeleiding bij nodig, en ook het beschikbaar stellen van informatie en stakeholders. Ook staat het leerproces van studenten voorop. Daarbij komen ze soms met een oplossing die je niet had verwacht. Dat dat kan heel verfrissend en verrassend zijn!
Lees op de website van Leren met de Stad enkele voorbeelden van studentprojecten, en van ‘opdrachten’ vanuit de gemeente. Mocht je van gedachten willen wisselen over (mogelijke) samenwerking, mail me dan via marieke@plnt.nl.

Welke samenwerkingskansen zijn er volgens jou voor Leiden Kennisstad?

De enorme hoeveelheid kennis in Leiden, bij al die kennisinstellingen – ook het LUMC, het MBO en scholen – kan nog veel beter benut worden om maatschappelijke vraagstukken in de stad te helpen oplossen. Voor studenten biedt dat een ‘rijke leeromgeving’ en veel van de huidige generatie studenten willen graag impact maken in de samenleving en daarvoor hun kennis inzetten. En het onderzoek dat wordt uitgevoerd door de kennisinstellingen kan nog beter benut worden om ook lokaal bij te dragen aan oplossingen voor complexe problemen.

Wat is in jouw werk een van de grootste uitdagingen? En wat is een tip die je iedereen kan meegeven?

Samenwerking tussen heel verschillende organisaties is niet altijd gemakkelijk, vanwege uiteenlopende culturen en bijvoorbeeld andere werkwijzen. Maar als je de ontwikkeling van de stad als gezamenlijk doel hebt, kun je over die verschillen heen stappen en wél gaan samenwerken. Wees daarbij bereid om van en met elkaar te leren en jouw kennis en ervaring te delen met anderen. Dat maakt ook je eigen werk leuker, en beter!

Marijn Sauer is beleidsadviseur Circulaire Economie bij de gemeente Leiden en heeft sinds kort een internationale publicatie op haar naam. Ze heeft het grote nieuws nog niet aan al haar vrienden verteld. Ze wil het niet aan de grote klok hangen. Dus met dit interview geven we aandacht aan haar studie- en werkresultaten.

“Het begon allemaal vijf jaar geleden toen mijn onderbuurman vertelde over zijn nieuwe functie bij de gemeente Leiden. Toen zei ik: ‘dat lijkt mij super leuk en ik wil ook op het gebied van duurzaamheid werken’. Ik kreeg het telefoonnummer van zijn leidinggevende en had een fijn kennismakingsgesprek. Na mijn reis van Nieuw-Zeeland naar China mocht ik beginnen als beleidsondersteuner energietransitie.”

“Eigenlijk wilde ik stoppen bij de gemeente”

Marijn houdt van het werk bij de gemeente en bleek goed op haar plek: “Eigenlijk wilde ik maar een half jaar bij de gemeente werken en daarna weer studeren. Maar er was nog genoeg leuk en interessant werk waardoor ik twijfelde.” Gelukkig bood de gemeente een parttime contract aan en voor de studiekosten kreeg ze financiële tegemoetkoming. Hierdoor kon ze blijven en kon ze de tweejarig master Industrial Ecology volgen aan de Universiteit Leiden en TU Delft.

“Ik was mijn eigen stagiaire”

Een-win-situatie voor beide partijen. “De gemeente kon wel wat expertise rondom circulariteit gebruiken. Ik nam mijn studie mee naar mijn werk en mijn werk naar mijn studie, dus eigenlijk was ik mijn eigen stagiaire.”

Circulair slopen en bouwen

In de master ging Marijn aan de slag met het onderwerp circulair bouwen, in die tijd nog een opkomend onderwerp bij gemeente Leiden. Haar scriptieonderzoek helpt bij de vraag hoe we materialen die opgeslagen zitten in gebouwen slim kunnen hergebruiken t.b.v. nieuwbouw. “We hebben gekeken hoeveel er de komende tien jaar in Leiden gebouwd moet worden op basis van de verstedelijkingsopgave en anderzijds wat hiervoor gesloopt gaat worden om te kunnen intensiveren.”

Marijn over haar onderzoek:

“Ik heb een database aangelegd met de materiaalintensiteit van verschillende bouwtypen. Zo kun je zien hoeveel materiaal er “opgeslagen” ligt per gebouwtype per vierkante meter. Met behulp van materiaalstroomanalyse en levenscyclusanalyse heb ik berekent hoeveel materiaal er vrijkomt, hoeveel materiaal weer gevraagd wordt, en hoeveel CO2(eq.) er bespaard wordt als we dit aan elkaar matchen. Het resultaat van mijn hoofdonderzoek omvat hoeveel CO2 (eq.) we kunnen besparen als we circulair slopen (en deze materialen herintroduceren volgens wat nu financieel en technisch haalbaar is) in plaats van ouderwets slopen. Echter, bij deze paper wordt alleen ingegaan op het materiaalstroomanalyse deel, dus wat de (mis)match is van de uitgaande en gevraagde materiaalstromen ten behoeve van de Leidse verstedelijkingsopgave.”

“TU-Delft geeft niet zo snel een 8,5”

“Voor dit onderzoek kreeg ik een 8,5. De professoren vertelden mij dat ik er een publicatie uit kon slepen. Het herschrijven van de scriptie zou mij weer veel tijd kosten en ik had juist behoefte aan een adempauze. Ik zou ook alweer fulltime gaan werken. Dus vanuit de Universiteit werd er aangeboden om mijn onderzoek om te vormen naar papers. Dan hoefde ik alleen nog tegen te lezen en werd ik tweede auteur. Daar heb ik veel geluk mee gehad.”

“Je moest mij echt even knijpen”

“Dat hebben we dus gedaan en nu is het ook echt gepubliceerd! Toen ik de opgemaakte paper zag, met daarop journal of sustainability, waar ik zelf ook veel uit heb moeten studeren, moest je mij wel even knijpen. Dit is echt een grote persoonlijke mijlpaal. Nooit had ik dit durven dromen. Dat is nog niet alles. Er komt nog een tweede publicatie aan!

Onderzoek in de praktijk gebracht

“Het onderzoek wat ik heb gedaan is mede gebruikt om beleid te maken voor circulair bouwen. Zo is in februari 2020 de strategie circulaire economie vastgesteld en in juni het uitvoeringsprogramma. Wat daar in staat rondom circulaire bouwen komt erg overheen met resultaten en aanbevelingen uit mijn eigen onderzoek. Zo was een van mijn onderzoeksuitkomsten dat 60 tot 90 procent van de totale materiaalvraag beton is. Daarom is het zo belangrijk dat we als gemeente het Betonakkoord ondertekenden. Dat betekent dat al het beton dat wij zelf aanbesteden een veel duurzamer beton is. Gaaf om te zien hoe mijn onderzoek in de praktijk wordt toegepast!”

Kennisatelier Duurzaamheid

De database en resultaten van Marijns onderzoek wordt nu gebruikt als basis voor andere scriptieonderzoeken, die zij ook begeleidt. “Anderen studenten maken daar dus gebruik van, waardoor studenten elkaar versterken en de kennis wordt verbreed. Deze kennisverbreding is weer heel waardevol voor de gemeente. Dit is ook ooit het doel geweest van Kennisatelier Duurzaamheid, onderdeel van Leren met de Stad in Leiden Kennisstad. Geweldig dat het dus werkt!”

“Samenwerking met student heeft veel voordelen”

Marijn heeft een advies voor collega’s die een complexe vraag hebben. “Om de complexe vraagstukken die nu voor ons liggen op te lossen, kunnen we niet uit afzonderlijke kokers kijken. We moeten samenwerken met het bedrijfsleven en het onderwijs. Studenten van Kennisatelier Duurzaamheid zijn echt heel goed en heel gemotiveerd. Dat komt door hun brede blik en door de nieuwste informatie die zij tot hun beschikking hebben. Daar staat wel tegenover dat de beleidsadviseur samen met de student goed bespreken wat de student kan bieden en wat de onderzoeksbehoefte is. Een beetje tijdinvestering in de student zorgt voor zeer waardevolle en bruikbare kennis.”

Ben je geïnteresseerd in Marijns paper? Lees deze hier.

Marieke van Haaren werkt voor de Universiteit Leiden, sinds vorig jaar bij Luris (Knowledge Exchange Office) en ook bij PLNT, het Leidse Centrum voor Innovatie en Ondernemerschap. Als projectmanager van Leren met de Stad werkt ze samen met de gemeente Leiden en Hogeschool Leiden. Het doel van het project is om de samenwerking tussen ‘de stad’ en kennisinstellingen te versterken, om zo een bijdrage te leveren aan maatschappelijke vraagstukken.

‘De kennis van studenten, docenten en onderzoekers van de hogeschool en de universiteit kan in de stad ingezet worden bij het oplossen van complexe vraagstukken. Zo kunnen mensen die normaal minder vanzelfsprekend ‘toegang’ tot die kennis hebben, daar nu wel van profiteren.’

Met welke (onderzoeks)vragen kunnen de collega’s van de gemeente bij jou terecht?

Grotere thema’s waarop we nu al met de gemeente samenwerken zijn bijvoorbeeld: Duurzaamheid, Eenzaamheid, Vergrijzing en Cybercrime. Zo onderzochten studenten Psychologie bij bewoners de bereidheid en motivatie om hun huis aardgasvrij te maken. En de gemeente heeft de hogeschool en universiteit gevraagd om met hun kennis bij te dragen aan de uitvoering van de plannen. Ook bij ‘Samen tegen Eenzaamheid’ wordt er onderzoek gedaan naar de effecten van interventies.

Wat zijn de voorwaarden bij het starten van z’n samenwerking met een kennisinstelling?

Belangrijk om te onthouden is dat het om samenwerking gaat, of ‘co-creatie’. Dat wil zeggen dat de gemeente en de kennisinstelling samenwerken, en er dus ook van beide partijen inzet wordt gevraagd. Heel concreet: als bijvoorbeeld studenten in een vak aan de hogeschool gaan werken aan ‘jouw’ vraagstuk, dan is daar begeleiding bij nodig, en ook het beschikbaar stellen van informatie en stakeholders. Ook staat het leerproces van studenten voorop. Daarbij komen ze soms met een oplossing die je niet had verwacht. Dat dat kan heel verfrissend en verrassend zijn!
Lees op de website van Leren met de Stad enkele voorbeelden van studentprojecten, en van ‘opdrachten’ vanuit de gemeente. Mocht je van gedachten willen wisselen over (mogelijke) samenwerking, mail me dan via marieke@plnt.nl.

Welke samenwerkingskansen zijn er volgens jou voor Leiden Kennisstad?

De enorme hoeveelheid kennis in Leiden, bij al die kennisinstellingen – ook het LUMC, het MBO en scholen – kan nog veel beter benut worden om maatschappelijke vraagstukken in de stad te helpen oplossen. Voor studenten biedt dat een ‘rijke leeromgeving’ en veel van de huidige generatie studenten willen graag impact maken in de samenleving en daarvoor hun kennis inzetten. En het onderzoek dat wordt uitgevoerd door de kennisinstellingen kan nog beter benut worden om ook lokaal bij te dragen aan oplossingen voor complexe problemen.

Wat is in jouw werk een van de grootste uitdagingen? En wat is een tip die je iedereen kan meegeven?

Samenwerking tussen heel verschillende organisaties is niet altijd gemakkelijk, vanwege uiteenlopende culturen en bijvoorbeeld andere werkwijzen. Maar als je de ontwikkeling van de stad als gezamenlijk doel hebt, kun je over die verschillen heen stappen en wél gaan samenwerken. Wees daarbij bereid om van en met elkaar te leren en jouw kennis en ervaring te delen met anderen. Dat maakt ook je eigen werk leuker, en beter!

Marijn Sauer is beleidsadviseur Circulaire Economie bij de gemeente Leiden en heeft sinds kort een internationale publicatie op haar naam. Ze heeft het grote nieuws nog niet aan al haar vrienden verteld. Ze wil het niet aan de grote klok hangen. Dus met dit interview geven we aandacht aan haar studie- en werkresultaten.

“Het begon allemaal vijf jaar geleden toen mijn onderbuurman vertelde over zijn nieuwe functie bij de gemeente Leiden. Toen zei ik: ‘dat lijkt mij super leuk en ik wil ook op het gebied van duurzaamheid werken’. Ik kreeg het telefoonnummer van zijn leidinggevende en had een fijn kennismakingsgesprek. Na mijn reis van Nieuw-Zeeland naar China mocht ik beginnen als beleidsondersteuner energietransitie.”

“Eigenlijk wilde ik stoppen bij de gemeente”

Marijn houdt van het werk bij de gemeente en bleek goed op haar plek: “Eigenlijk wilde ik maar een half jaar bij de gemeente werken en daarna weer studeren. Maar er was nog genoeg leuk en interessant werk waardoor ik twijfelde.” Gelukkig bood de gemeente een parttime contract aan en voor de studiekosten kreeg ze financiële tegemoetkoming. Hierdoor kon ze blijven en kon ze de tweejarig master Industrial Ecology volgen aan de Universiteit Leiden en TU Delft.

“Ik was mijn eigen stagiaire”

Een-win-situatie voor beide partijen. “De gemeente kon wel wat expertise rondom circulariteit gebruiken. Ik nam mijn studie mee naar mijn werk en mijn werk naar mijn studie, dus eigenlijk was ik mijn eigen stagiaire.”

Circulair slopen en bouwen

In de master ging Marijn aan de slag met het onderwerp circulair bouwen, in die tijd nog een opkomend onderwerp bij gemeente Leiden. Haar scriptieonderzoek helpt bij de vraag hoe we materialen die opgeslagen zitten in gebouwen slim kunnen hergebruiken t.b.v. nieuwbouw. “We hebben gekeken hoeveel er de komende tien jaar in Leiden gebouwd moet worden op basis van de verstedelijkingsopgave en anderzijds wat hiervoor gesloopt gaat worden om te kunnen intensiveren.”

Marijn over haar onderzoek:

“Ik heb een database aangelegd met de materiaalintensiteit van verschillende bouwtypen. Zo kun je zien hoeveel materiaal er “opgeslagen” ligt per gebouwtype per vierkante meter. Met behulp van materiaalstroomanalyse en levenscyclusanalyse heb ik berekent hoeveel materiaal er vrijkomt, hoeveel materiaal weer gevraagd wordt, en hoeveel CO2(eq.) er bespaard wordt als we dit aan elkaar matchen. Het resultaat van mijn hoofdonderzoek omvat hoeveel CO2 (eq.) we kunnen besparen als we circulair slopen (en deze materialen herintroduceren volgens wat nu financieel en technisch haalbaar is) in plaats van ouderwets slopen. Echter, bij deze paper wordt alleen ingegaan op het materiaalstroomanalyse deel, dus wat de (mis)match is van de uitgaande en gevraagde materiaalstromen ten behoeve van de Leidse verstedelijkingsopgave.”

“TU-Delft geeft niet zo snel een 8,5”

“Voor dit onderzoek kreeg ik een 8,5. De professoren vertelden mij dat ik er een publicatie uit kon slepen. Het herschrijven van de scriptie zou mij weer veel tijd kosten en ik had juist behoefte aan een adempauze. Ik zou ook alweer fulltime gaan werken. Dus vanuit de Universiteit werd er aangeboden om mijn onderzoek om te vormen naar papers. Dan hoefde ik alleen nog tegen te lezen en werd ik tweede auteur. Daar heb ik veel geluk mee gehad.”

“Je moest mij echt even knijpen”

“Dat hebben we dus gedaan en nu is het ook echt gepubliceerd! Toen ik de opgemaakte paper zag, met daarop journal of sustainability, waar ik zelf ook veel uit heb moeten studeren, moest je mij wel even knijpen. Dit is echt een grote persoonlijke mijlpaal. Nooit had ik dit durven dromen. Dat is nog niet alles. Er komt nog een tweede publicatie aan!

Onderzoek in de praktijk gebracht

“Het onderzoek wat ik heb gedaan is mede gebruikt om beleid te maken voor circulair bouwen. Zo is in februari 2020 de strategie circulaire economie vastgesteld en in juni het uitvoeringsprogramma. Wat daar in staat rondom circulaire bouwen komt erg overheen met resultaten en aanbevelingen uit mijn eigen onderzoek. Zo was een van mijn onderzoeksuitkomsten dat 60 tot 90 procent van de totale materiaalvraag beton is. Daarom is het zo belangrijk dat we als gemeente het Betonakkoord ondertekenden. Dat betekent dat al het beton dat wij zelf aanbesteden een veel duurzamer beton is. Gaaf om te zien hoe mijn onderzoek in de praktijk wordt toegepast!”

Kennisatelier Duurzaamheid

De database en resultaten van Marijns onderzoek wordt nu gebruikt als basis voor andere scriptieonderzoeken, die zij ook begeleidt. “Anderen studenten maken daar dus gebruik van, waardoor studenten elkaar versterken en de kennis wordt verbreed. Deze kennisverbreding is weer heel waardevol voor de gemeente. Dit is ook ooit het doel geweest van Kennisatelier Duurzaamheid, onderdeel van Leren met de Stad in Leiden Kennisstad. Geweldig dat het dus werkt!”

“Samenwerking met student heeft veel voordelen”

Marijn heeft een advies voor collega’s die een complexe vraag hebben. “Om de complexe vraagstukken die nu voor ons liggen op te lossen, kunnen we niet uit afzonderlijke kokers kijken. We moeten samenwerken met het bedrijfsleven en het onderwijs. Studenten van Kennisatelier Duurzaamheid zijn echt heel goed en heel gemotiveerd. Dat komt door hun brede blik en door de nieuwste informatie die zij tot hun beschikking hebben. Daar staat wel tegenover dat de beleidsadviseur samen met de student goed bespreken wat de student kan bieden en wat de onderzoeksbehoefte is. Een beetje tijdinvestering in de student zorgt voor zeer waardevolle en bruikbare kennis.”

Ben je geïnteresseerd in Marijns paper? Lees deze hier.

Marieke van Haaren werkt voor de Universiteit Leiden, sinds vorig jaar bij Luris (Knowledge Exchange Office) en ook bij PLNT, het Leidse Centrum voor Innovatie en Ondernemerschap. Als projectmanager van Leren met de Stad werkt ze samen met de gemeente Leiden en Hogeschool Leiden. Het doel van het project is om de samenwerking tussen ‘de stad’ en kennisinstellingen te versterken, om zo een bijdrage te leveren aan maatschappelijke vraagstukken.

‘De kennis van studenten, docenten en onderzoekers van de hogeschool en de universiteit kan in de stad ingezet worden bij het oplossen van complexe vraagstukken. Zo kunnen mensen die normaal minder vanzelfsprekend ‘toegang’ tot die kennis hebben, daar nu wel van profiteren.’

Met welke (onderzoeks)vragen kunnen de collega’s van de gemeente bij jou terecht?

Grotere thema’s waarop we nu al met de gemeente samenwerken zijn bijvoorbeeld: Duurzaamheid, Eenzaamheid, Vergrijzing en Cybercrime. Zo onderzochten studenten Psychologie bij bewoners de bereidheid en motivatie om hun huis aardgasvrij te maken. En de gemeente heeft de hogeschool en universiteit gevraagd om met hun kennis bij te dragen aan de uitvoering van de plannen. Ook bij ‘Samen tegen Eenzaamheid’ wordt er onderzoek gedaan naar de effecten van interventies.

Wat zijn de voorwaarden bij het starten van z’n samenwerking met een kennisinstelling?

Belangrijk om te onthouden is dat het om samenwerking gaat, of ‘co-creatie’. Dat wil zeggen dat de gemeente en de kennisinstelling samenwerken, en er dus ook van beide partijen inzet wordt gevraagd. Heel concreet: als bijvoorbeeld studenten in een vak aan de hogeschool gaan werken aan ‘jouw’ vraagstuk, dan is daar begeleiding bij nodig, en ook het beschikbaar stellen van informatie en stakeholders. Ook staat het leerproces van studenten voorop. Daarbij komen ze soms met een oplossing die je niet had verwacht. Dat dat kan heel verfrissend en verrassend zijn!
Lees op de website van Leren met de Stad enkele voorbeelden van studentprojecten, en van ‘opdrachten’ vanuit de gemeente. Mocht je van gedachten willen wisselen over (mogelijke) samenwerking, mail me dan via marieke@plnt.nl.

Welke samenwerkingskansen zijn er volgens jou voor Leiden Kennisstad?

De enorme hoeveelheid kennis in Leiden, bij al die kennisinstellingen – ook het LUMC, het MBO en scholen – kan nog veel beter benut worden om maatschappelijke vraagstukken in de stad te helpen oplossen. Voor studenten biedt dat een ‘rijke leeromgeving’ en veel van de huidige generatie studenten willen graag impact maken in de samenleving en daarvoor hun kennis inzetten. En het onderzoek dat wordt uitgevoerd door de kennisinstellingen kan nog beter benut worden om ook lokaal bij te dragen aan oplossingen voor complexe problemen.

Wat is in jouw werk een van de grootste uitdagingen? En wat is een tip die je iedereen kan meegeven?

Samenwerking tussen heel verschillende organisaties is niet altijd gemakkelijk, vanwege uiteenlopende culturen en bijvoorbeeld andere werkwijzen. Maar als je de ontwikkeling van de stad als gezamenlijk doel hebt, kun je over die verschillen heen stappen en wél gaan samenwerken. Wees daarbij bereid om van en met elkaar te leren en jouw kennis en ervaring te delen met anderen. Dat maakt ook je eigen werk leuker, en beter!

Marijn Sauer is beleidsadviseur Circulaire Economie bij de gemeente Leiden en heeft sinds kort een internationale publicatie op haar naam. Ze heeft het grote nieuws nog niet aan al haar vrienden verteld. Ze wil het niet aan de grote klok hangen. Dus met dit interview geven we aandacht aan haar studie- en werkresultaten.

“Het begon allemaal vijf jaar geleden toen mijn onderbuurman vertelde over zijn nieuwe functie bij de gemeente Leiden. Toen zei ik: ‘dat lijkt mij super leuk en ik wil ook op het gebied van duurzaamheid werken’. Ik kreeg het telefoonnummer van zijn leidinggevende en had een fijn kennismakingsgesprek. Na mijn reis van Nieuw-Zeeland naar China mocht ik beginnen als beleidsondersteuner energietransitie.”

“Eigenlijk wilde ik stoppen bij de gemeente”

Marijn houdt van het werk bij de gemeente en bleek goed op haar plek: “Eigenlijk wilde ik maar een half jaar bij de gemeente werken en daarna weer studeren. Maar er was nog genoeg leuk en interessant werk waardoor ik twijfelde.” Gelukkig bood de gemeente een parttime contract aan en voor de studiekosten kreeg ze financiële tegemoetkoming. Hierdoor kon ze blijven en kon ze de tweejarig master Industrial Ecology volgen aan de Universiteit Leiden en TU Delft.

“Ik was mijn eigen stagiaire”

Een-win-situatie voor beide partijen. “De gemeente kon wel wat expertise rondom circulariteit gebruiken. Ik nam mijn studie mee naar mijn werk en mijn werk naar mijn studie, dus eigenlijk was ik mijn eigen stagiaire.”

Circulair slopen en bouwen

In de master ging Marijn aan de slag met het onderwerp circulair bouwen, in die tijd nog een opkomend onderwerp bij gemeente Leiden. Haar scriptieonderzoek helpt bij de vraag hoe we materialen die opgeslagen zitten in gebouwen slim kunnen hergebruiken t.b.v. nieuwbouw. “We hebben gekeken hoeveel er de komende tien jaar in Leiden gebouwd moet worden op basis van de verstedelijkingsopgave en anderzijds wat hiervoor gesloopt gaat worden om te kunnen intensiveren.”

Marijn over haar onderzoek:

“Ik heb een database aangelegd met de materiaalintensiteit van verschillende bouwtypen. Zo kun je zien hoeveel materiaal er “opgeslagen” ligt per gebouwtype per vierkante meter. Met behulp van materiaalstroomanalyse en levenscyclusanalyse heb ik berekent hoeveel materiaal er vrijkomt, hoeveel materiaal weer gevraagd wordt, en hoeveel CO2(eq.) er bespaard wordt als we dit aan elkaar matchen. Het resultaat van mijn hoofdonderzoek omvat hoeveel CO2 (eq.) we kunnen besparen als we circulair slopen (en deze materialen herintroduceren volgens wat nu financieel en technisch haalbaar is) in plaats van ouderwets slopen. Echter, bij deze paper wordt alleen ingegaan op het materiaalstroomanalyse deel, dus wat de (mis)match is van de uitgaande en gevraagde materiaalstromen ten behoeve van de Leidse verstedelijkingsopgave.”

“TU-Delft geeft niet zo snel een 8,5”

“Voor dit onderzoek kreeg ik een 8,5. De professoren vertelden mij dat ik er een publicatie uit kon slepen. Het herschrijven van de scriptie zou mij weer veel tijd kosten en ik had juist behoefte aan een adempauze. Ik zou ook alweer fulltime gaan werken. Dus vanuit de Universiteit werd er aangeboden om mijn onderzoek om te vormen naar papers. Dan hoefde ik alleen nog tegen te lezen en werd ik tweede auteur. Daar heb ik veel geluk mee gehad.”

“Je moest mij echt even knijpen”

“Dat hebben we dus gedaan en nu is het ook echt gepubliceerd! Toen ik de opgemaakte paper zag, met daarop journal of sustainability, waar ik zelf ook veel uit heb moeten studeren, moest je mij wel even knijpen. Dit is echt een grote persoonlijke mijlpaal. Nooit had ik dit durven dromen. Dat is nog niet alles. Er komt nog een tweede publicatie aan!

Onderzoek in de praktijk gebracht

“Het onderzoek wat ik heb gedaan is mede gebruikt om beleid te maken voor circulair bouwen. Zo is in februari 2020 de strategie circulaire economie vastgesteld en in juni het uitvoeringsprogramma. Wat daar in staat rondom circulaire bouwen komt erg overheen met resultaten en aanbevelingen uit mijn eigen onderzoek. Zo was een van mijn onderzoeksuitkomsten dat 60 tot 90 procent van de totale materiaalvraag beton is. Daarom is het zo belangrijk dat we als gemeente het Betonakkoord ondertekenden. Dat betekent dat al het beton dat wij zelf aanbesteden een veel duurzamer beton is. Gaaf om te zien hoe mijn onderzoek in de praktijk wordt toegepast!”

Kennisatelier Duurzaamheid

De database en resultaten van Marijns onderzoek wordt nu gebruikt als basis voor andere scriptieonderzoeken, die zij ook begeleidt. “Anderen studenten maken daar dus gebruik van, waardoor studenten elkaar versterken en de kennis wordt verbreed. Deze kennisverbreding is weer heel waardevol voor de gemeente. Dit is ook ooit het doel geweest van Kennisatelier Duurzaamheid, onderdeel van Leren met de Stad in Leiden Kennisstad. Geweldig dat het dus werkt!”

“Samenwerking met student heeft veel voordelen”

Marijn heeft een advies voor collega’s die een complexe vraag hebben. “Om de complexe vraagstukken die nu voor ons liggen op te lossen, kunnen we niet uit afzonderlijke kokers kijken. We moeten samenwerken met het bedrijfsleven en het onderwijs. Studenten van Kennisatelier Duurzaamheid zijn echt heel goed en heel gemotiveerd. Dat komt door hun brede blik en door de nieuwste informatie die zij tot hun beschikking hebben. Daar staat wel tegenover dat de beleidsadviseur samen met de student goed bespreken wat de student kan bieden en wat de onderzoeksbehoefte is. Een beetje tijdinvestering in de student zorgt voor zeer waardevolle en bruikbare kennis.”

Ben je geïnteresseerd in Marijns paper? Lees deze hier.

Marieke van Haaren werkt voor de Universiteit Leiden, sinds vorig jaar bij Luris (Knowledge Exchange Office) en ook bij PLNT, het Leidse Centrum voor Innovatie en Ondernemerschap. Als projectmanager van Leren met de Stad werkt ze samen met de gemeente Leiden en Hogeschool Leiden. Het doel van het project is om de samenwerking tussen ‘de stad’ en kennisinstellingen te versterken, om zo een bijdrage te leveren aan maatschappelijke vraagstukken.

‘De kennis van studenten, docenten en onderzoekers van de hogeschool en de universiteit kan in de stad ingezet worden bij het oplossen van complexe vraagstukken. Zo kunnen mensen die normaal minder vanzelfsprekend ‘toegang’ tot die kennis hebben, daar nu wel van profiteren.’

Met welke (onderzoeks)vragen kunnen de collega’s van de gemeente bij jou terecht?

Grotere thema’s waarop we nu al met de gemeente samenwerken zijn bijvoorbeeld: Duurzaamheid, Eenzaamheid, Vergrijzing en Cybercrime. Zo onderzochten studenten Psychologie bij bewoners de bereidheid en motivatie om hun huis aardgasvrij te maken. En de gemeente heeft de hogeschool en universiteit gevraagd om met hun kennis bij te dragen aan de uitvoering van de plannen. Ook bij ‘Samen tegen Eenzaamheid’ wordt er onderzoek gedaan naar de effecten van interventies.

Wat zijn de voorwaarden bij het starten van z’n samenwerking met een kennisinstelling?

Belangrijk om te onthouden is dat het om samenwerking gaat, of ‘co-creatie’. Dat wil zeggen dat de gemeente en de kennisinstelling samenwerken, en er dus ook van beide partijen inzet wordt gevraagd. Heel concreet: als bijvoorbeeld studenten in een vak aan de hogeschool gaan werken aan ‘jouw’ vraagstuk, dan is daar begeleiding bij nodig, en ook het beschikbaar stellen van informatie en stakeholders. Ook staat het leerproces van studenten voorop. Daarbij komen ze soms met een oplossing die je niet had verwacht. Dat dat kan heel verfrissend en verrassend zijn!
Lees op de website van Leren met de Stad enkele voorbeelden van studentprojecten, en van ‘opdrachten’ vanuit de gemeente. Mocht je van gedachten willen wisselen over (mogelijke) samenwerking, mail me dan via marieke@plnt.nl.

Welke samenwerkingskansen zijn er volgens jou voor Leiden Kennisstad?

De enorme hoeveelheid kennis in Leiden, bij al die kennisinstellingen – ook het LUMC, het MBO en scholen – kan nog veel beter benut worden om maatschappelijke vraagstukken in de stad te helpen oplossen. Voor studenten biedt dat een ‘rijke leeromgeving’ en veel van de huidige generatie studenten willen graag impact maken in de samenleving en daarvoor hun kennis inzetten. En het onderzoek dat wordt uitgevoerd door de kennisinstellingen kan nog beter benut worden om ook lokaal bij te dragen aan oplossingen voor complexe problemen.

Wat is in jouw werk een van de grootste uitdagingen? En wat is een tip die je iedereen kan meegeven?

Samenwerking tussen heel verschillende organisaties is niet altijd gemakkelijk, vanwege uiteenlopende culturen en bijvoorbeeld andere werkwijzen. Maar als je de ontwikkeling van de stad als gezamenlijk doel hebt, kun je over die verschillen heen stappen en wél gaan samenwerken. Wees daarbij bereid om van en met elkaar te leren en jouw kennis en ervaring te delen met anderen. Dat maakt ook je eigen werk leuker, en beter!

Marijn Sauer is beleidsadviseur Circulaire Economie bij de gemeente Leiden en heeft sinds kort een internationale publicatie op haar naam. Ze heeft het grote nieuws nog niet aan al haar vrienden verteld. Ze wil het niet aan de grote klok hangen. Dus met dit interview geven we aandacht aan haar studie- en werkresultaten.

“Het begon allemaal vijf jaar geleden toen mijn onderbuurman vertelde over zijn nieuwe functie bij de gemeente Leiden. Toen zei ik: ‘dat lijkt mij super leuk en ik wil ook op het gebied van duurzaamheid werken’. Ik kreeg het telefoonnummer van zijn leidinggevende en had een fijn kennismakingsgesprek. Na mijn reis van Nieuw-Zeeland naar China mocht ik beginnen als beleidsondersteuner energietransitie.”

“Eigenlijk wilde ik stoppen bij de gemeente”

Marijn houdt van het werk bij de gemeente en bleek goed op haar plek: “Eigenlijk wilde ik maar een half jaar bij de gemeente werken en daarna weer studeren. Maar er was nog genoeg leuk en interessant werk waardoor ik twijfelde.” Gelukkig bood de gemeente een parttime contract aan en voor de studiekosten kreeg ze financiële tegemoetkoming. Hierdoor kon ze blijven en kon ze de tweejarig master Industrial Ecology volgen aan de Universiteit Leiden en TU Delft.

“Ik was mijn eigen stagiaire”

Een-win-situatie voor beide partijen. “De gemeente kon wel wat expertise rondom circulariteit gebruiken. Ik nam mijn studie mee naar mijn werk en mijn werk naar mijn studie, dus eigenlijk was ik mijn eigen stagiaire.”

Circulair slopen en bouwen

In de master ging Marijn aan de slag met het onderwerp circulair bouwen, in die tijd nog een opkomend onderwerp bij gemeente Leiden. Haar scriptieonderzoek helpt bij de vraag hoe we materialen die opgeslagen zitten in gebouwen slim kunnen hergebruiken t.b.v. nieuwbouw. “We hebben gekeken hoeveel er de komende tien jaar in Leiden gebouwd moet worden op basis van de verstedelijkingsopgave en anderzijds wat hiervoor gesloopt gaat worden om te kunnen intensiveren.”

Marijn over haar onderzoek:

“Ik heb een database aangelegd met de materiaalintensiteit van verschillende bouwtypen. Zo kun je zien hoeveel materiaal er “opgeslagen” ligt per gebouwtype per vierkante meter. Met behulp van materiaalstroomanalyse en levenscyclusanalyse heb ik berekent hoeveel materiaal er vrijkomt, hoeveel materiaal weer gevraagd wordt, en hoeveel CO2(eq.) er bespaard wordt als we dit aan elkaar matchen. Het resultaat van mijn hoofdonderzoek omvat hoeveel CO2 (eq.) we kunnen besparen als we circulair slopen (en deze materialen herintroduceren volgens wat nu financieel en technisch haalbaar is) in plaats van ouderwets slopen. Echter, bij deze paper wordt alleen ingegaan op het materiaalstroomanalyse deel, dus wat de (mis)match is van de uitgaande en gevraagde materiaalstromen ten behoeve van de Leidse verstedelijkingsopgave.”

“TU-Delft geeft niet zo snel een 8,5”

“Voor dit onderzoek kreeg ik een 8,5. De professoren vertelden mij dat ik er een publicatie uit kon slepen. Het herschrijven van de scriptie zou mij weer veel tijd kosten en ik had juist behoefte aan een adempauze. Ik zou ook alweer fulltime gaan werken. Dus vanuit de Universiteit werd er aangeboden om mijn onderzoek om te vormen naar papers. Dan hoefde ik alleen nog tegen te lezen en werd ik tweede auteur. Daar heb ik veel geluk mee gehad.”

“Je moest mij echt even knijpen”

“Dat hebben we dus gedaan en nu is het ook echt gepubliceerd! Toen ik de opgemaakte paper zag, met daarop journal of sustainability, waar ik zelf ook veel uit heb moeten studeren, moest je mij wel even knijpen. Dit is echt een grote persoonlijke mijlpaal. Nooit had ik dit durven dromen. Dat is nog niet alles. Er komt nog een tweede publicatie aan!

Onderzoek in de praktijk gebracht

“Het onderzoek wat ik heb gedaan is mede gebruikt om beleid te maken voor circulair bouwen. Zo is in februari 2020 de strategie circulaire economie vastgesteld en in juni het uitvoeringsprogramma. Wat daar in staat rondom circulaire bouwen komt erg overheen met resultaten en aanbevelingen uit mijn eigen onderzoek. Zo was een van mijn onderzoeksuitkomsten dat 60 tot 90 procent van de totale materiaalvraag beton is. Daarom is het zo belangrijk dat we als gemeente het Betonakkoord ondertekenden. Dat betekent dat al het beton dat wij zelf aanbesteden een veel duurzamer beton is. Gaaf om te zien hoe mijn onderzoek in de praktijk wordt toegepast!”

Kennisatelier Duurzaamheid

De database en resultaten van Marijns onderzoek wordt nu gebruikt als basis voor andere scriptieonderzoeken, die zij ook begeleidt. “Anderen studenten maken daar dus gebruik van, waardoor studenten elkaar versterken en de kennis wordt verbreed. Deze kennisverbreding is weer heel waardevol voor de gemeente. Dit is ook ooit het doel geweest van Kennisatelier Duurzaamheid, onderdeel van Leren met de Stad in Leiden Kennisstad. Geweldig dat het dus werkt!”

“Samenwerking met student heeft veel voordelen”

Marijn heeft een advies voor collega’s die een complexe vraag hebben. “Om de complexe vraagstukken die nu voor ons liggen op te lossen, kunnen we niet uit afzonderlijke kokers kijken. We moeten samenwerken met het bedrijfsleven en het onderwijs. Studenten van Kennisatelier Duurzaamheid zijn echt heel goed en heel gemotiveerd. Dat komt door hun brede blik en door de nieuwste informatie die zij tot hun beschikking hebben. Daar staat wel tegenover dat de beleidsadviseur samen met de student goed bespreken wat de student kan bieden en wat de onderzoeksbehoefte is. Een beetje tijdinvestering in de student zorgt voor zeer waardevolle en bruikbare kennis.”

Ben je geïnteresseerd in Marijns paper? Lees deze hier.